Straffen en belonen

Gepubliceerd op 9 februari 2020 om 17:11

Straffen en belonen?

 

Straffen, begrenzen.... What’s in a name? Tot voor kort vertelde ik tijdens mijn lezingen dat ik helemaal niet voor straffen en belonen ben. Maar ik vertelde ook dat ik wel heel erg voor begrenzing, pro-actief uitzetten van kaders en logische consequenties ben. Sterker nog, deze zijn mijns inziens een noodzaak voor het welzijn van je kind. Nu ben ik op het punt waarop ik wil voorbijgaan aan de semantische kwestie of dit dan straffen of begrenzen heet en ingaan op wat echt telt: de intentie.

Wil je straffen omdat je uit bent op het tonen van je machtspositie? Ben je bang voor gezichtsverlies? Dan is de kans groot dat je gaat vervallen in het bang maken van je kind, bedreigen en vernederen. Met niet alleen een laag zelfvertrouwen, maar ook een vatbaarheid voor stress-gerelateerde ziektes van je kind. Verder is de kans reëel dat de relatie tussen ouder en kind eerder koel en afstandelijk zal zijn. Immers, de veiligheid van het kind is voortdurend in het gedrang en de kans is groot dat het kind zich zal afsluiten uit zelfbescherming.
Vaak bestaat deze vorm van straffen uit ‘brandjes blussen’; de dingen oplossen die zich aandienen. Maar dit vraagt heel veel energie en brengt heel wat stress met zich mee.

Ga je begrenzen om je kind duidelijkheid en voorspelbaarheid te geven, dan creëer je net een heel veilige omgeving waar je kind zichzelf kan zijn. Immers, hij/zij krijgt duidelijk te horen wat kan en niet kan, maar moet nooit bang zijn dat dit gepaard gaat met een inbreuk op zijn of haar veiligheid of integriteit.
Dit begrenzen gebeurt vooral pro-actief: op voorhand duidelijk zeggen waar de grenzen zijn en duidelijke afspraken maken. Maar natuurlijk doen er zich ook situaties voor waarin je kind op het moment zelf moet begrensd worden in zijn/haar gedrag. Ik wil echt oproepen aan alle ouders om dit alstublieft niet na te laten. Wanneer dit niet gebeurt, krijgen de kinderen al het gewicht van de wereld op hun schouders. Immers, als ze zelf alles moeten uitzoeken, is er geen ruimte om vrij en onbevangen te experimenteren en te spelen. Het is aan ons volwassenen, om duidelijkheid en houvast te geven. Het is aan onze kinderen om te spelen en te experimenteren binnen die uitgezette grenzen.
Wanneer ouders het nalaten om hun kinderen te begrenzen is dit nefast voor zowel ouder als kind. Het kind wordt letterlijk en figuurlijk grenzeloos, stelt gedrag dat niet door de beugel kan. De kans op sociale aansluiting wordt dus kleiner. Maar vooral: kinderen worden niet gelukkiger van de grenzeloosheid die hen te beurt valt, integendeel zelfs. Ze zijn in de war, dragen te veel verantwoordelijkheid en moeten voortdurend zelf op zoek naar hun grenzen, dit gaat ten koste van het pure onbevangen leven van een kind of jongere. Ouders op hun beurt voelen zich na een tijdje machteloos en kunnen er helemaal aan onderdoor gaan. Stress, burn-out en depressie zijn absoluut niet ondenkbaar bij ouders die hun kinderen onvoldoende begrenzen in hun gedrag.

Hoe je precies kan begrenzen zonder de veiligheid en de integriteit van je kind in het gedrang te brengen, leg ik graag uit in een van mijn lezingen over verbindend opvoeden.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.