Dwars gedrag als alarmsignaal

Gepubliceerd op 3 september 2020 om 10:51

 

Net zoals veel kinderen mocht mijn dochtertje van vier jaar vorige week voor het eerst sinds lang weer naar school. We hadden het geluk dat we met de fiets konden gaan die dag. Naar school rijden verliep prima, de terugrit was een ander paar mouwen. Mijn dochtertje vertoonde niets dan dwars gedrag: weigeren verder te rijden, stampvoeten, op de grond zitten om duidelijk te maken dat ze écht- niet-meer-verder-wilde-fietsen.

 

Behoorlijk vervelend als je weet dat we toch uiteindelijk thuis zouden moeten geraken. Ik had mijn dochter kunnen bedreigen door te vertellen dat ik dingen zou afnemen die ze graag heeft wanneer ze niet verder zou fietsen. Of omgekeerd: ik had haar van alles kunnen beloven dat ze wel graag heeft om zo te bereiken dat ze haar fiets weer zou opnemen en zou beginnen trappen. De kans is zeer reëel dat ik op korte termijn mijn doel zou hebben bereikt. Ik zou sowieso wel iets vinden wat haar zou motiveren om het gedrag te stellen dat ik van haar wenste.

Maar dit alles zou voorbijgaan aan wat hier nu echt speelde. Het zou negeren wat mijn dochtertje eigenlijk echt wilde vertellen (al was het op een weinig aangename manier).

 

Wat speelde er?

 

Ik had de tijd, de ruimte en de energie om te kijken wat er zich onder de waterspiegel (het gedrag) afspeelde. Welke gevoelens of behoeften vroegen hier om gezien te worden?  Ik vertelde tegen mijn zoontje dat hij even mocht spelen op de plaats waar we toen waren, want ik wist dat het wel even zou kunnen duren. Mijn fiets werd aan de kant gezet en ik ging rustig bij mijn dochter zitten.

Ik poneerde stellingen over dingen die zouden kunnen spelen: ‘Dat is raar, he, na zo’n lange tijd naar school gaan.’, ‘Jouw school zag er helemaal anders uit vandaag. Dat is best vreemd allemaal.’ ‘Je zal vandaag wel veel kriebels in je buik gevoeld hebben door al die dingen die anders waren.’ Tot ik de juiste dingen zei: ‘Je zag vandaag N. en E.  terug. En ook A.’ En daar had ik de juiste snaar geraakt. Het antwoord was: ‘Nee, ik heb E. en A. helemaal niet gezien vandaag. Die waren niet op school!’ En mijn dochtertje had zo uitgekeken om hen terug te zien, had een heel arsenaal aan tekeningen voor deze meisjes in haar boekentasje zitten. En ze had ze niet kunnen afgeven. Wat een teleurstelling. Wat een verdriet!

Door bewust aandacht te geven aan deze teleurstelling en het bijhorende verdriet kikkerde mijn dochter helemaal op. Ze voelde zich gehoord, gezien en haar gevoelens hadden de ruimte gekregen om er te zijn, waardoor ze ook rustig konden verdwijnen.

Niet veel later fietste mijn dochter gezwind en met volle moed de berg op, op weg naar huis. Er was geen vuiltje aan de lucht. De rest van de dag was ze opgewekt, speels en in volle verbinding met alle leden van het gezin.

 

Uiting van stress

 

Dwars gedrag is vaak een uiting van stress door emoties of indrukken die onvoldoende ruimte hebben gekregen en dus vragen om aandacht. Vandaar het belang om door het gedrag heen te kijken en te zien wat er precies speelt. Het is tijdswinst (mijn dochtertje fietste flink door nadat ze helemaal erkend was in haar gevoelens), het geeft verbinding en geeft toegang tot je kind in wie hij/zij echt is.

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.